Visie & Wetenschap: de metabole omgeving van kanker
Een gesprek met fysioloog Peter Voshol
De kijk op kanker verandert. Waar de aandacht lange tijd vooral uitging naar het bestrijden van de tumor zelf, groeit de belangstelling voor de biologische omgeving waarin kankercellen zich ontwikkelen. Factoren als stofwisseling, ontsteking, immuunfunctie, voeding, darmgezondheid en leefstijl krijgen steeds meer aandacht binnen zowel wetenschappelijk onderzoek als de reguliere zorg.
In dit interview deelt fysioloog Peter Voshol zijn visie op de rol van metabole processen bij kanker en op de mogelijkheden die leefstijlinterventies kunnen bieden voor patiënten. Daarbij benadrukt hij dat het uiteindelijk niet alleen draait om ziektebestrijding, maar vooral om het ondersteunen van de mens achter de diagnose.
Van symptoombestrijding naar behandeling van de persoon
Volgens Voshol verschuift de focus in de gezondheidszorg geleidelijk van het behandelen van een ziekte naar het behandelen van de persoon als geheel. Daarbij krijgt de omgeving van de cel steeds meer aandacht.
"Het gaat steeds minder alleen over de behandeling van de ziekte en steeds meer over de behandeling van de persoon," stelt hij. Ook binnen de reguliere zorg ziet hij die ontwikkeling terug. Artsen hebben volgens hem in toenemende mate oog voor de invloed van de celomgeving, waaronder het immuunsysteem en de stofwisseling.
Dat is relevant omdat kankercellen in staat zijn het immuunsysteem te ontwijken. De vraag wordt dan hoe die biologische omgeving zo beïnvloed kan worden dat het lichaam beter in staat is afwijkende cellen te herkennen en erop te reageren. Voshol wijst erop dat daar verschillende strategieën voor worden onderzocht, zoals vasten, koolhydraatbeperking of ketogene voeding. Tegelijkertijd blijft de wetenschappelijke vraag welke interventies werkelijk effectief zijn.
Voor hem staat echter één aspect centraal: hoe iemand zich voelt. Kwaliteit van leven, voldoende slaap, stressvermindering, goede voeding en een gezonde leefstijl vormen volgens hem belangrijke pijlers van herstel en welzijn.
Insuline, ontsteking en hormoongevoelige kanker
Een belangrijk onderwerp binnen de metabole oncologie is de relatie tussen insuline, ontsteking en hormoongevoelige kankers.
Volgens Voshol wordt insuline vaak gezien als een hormoon dat de glucoseopname regelt, maar de functie ervan reikt veel verder. Via complexe signaalroutes beïnvloedt insuline processen zoals celdeling, eiwitsynthese, vetstofwisseling, energiehuishouding en autofagie, het natuurlijke opruimsysteem van de cel. Daarnaast werkt insuline nauw samen met groeifactoren zoals IGF-1, die eveneens betrokken zijn bij celgroei en celdeling.
Ook ontstekingsfactoren spelen hierin een rol. Tijdens een ontstekingsreactie komen cytokinen vrij, waaronder TNF-α en IL-6. Deze stoffen activeren via hun receptoren deels dezelfde intracellulaire routes als insuline en groeifactoren. Daardoor bestaat er een nauwe verwevenheid tussen stofwisseling, groei en ontsteking.
Onder normale omstandigheden zijn deze systemen zorgvuldig gereguleerd. Wanneer die regulatie verstoord raakt, bijvoorbeeld door insulineresistentie of andere metabole ontregelingen, kunnen ontstekingsprocessen chronisch actief blijven. Er ontstaat dan een toestand van laaggradige chronische ontsteking, waarbij het immuunsysteem voortdurend op een laag niveau geactiveerd blijft, ook zonder aanwezigheid van een infectie.
Daarbij ontstaan stoffen die oxidatieve stress, weefselschade en verdere ontstekingsreacties kunnen versterken. Tegelijkertijd beïnvloeden ontsteking en insulineresistentie elkaar wederzijds. Ontstekingsfactoren verminderen de gevoeligheid van cellen voor insuline, waardoor het lichaam meer insuline gaat produceren. Deze verhoogde insulinespiegel kan vervolgens opnieuw groei- en ontstekingsprocessen stimuleren. Zo ontstaat een vicieuze cirkel van metabole ontregeling.
Bij hormoongevoelige tumoren, zoals bepaalde vormen van borstkanker, wordt deze samenhang extra relevant. Dergelijke tumorcellen bevatten receptoren voor hormonen als oestrogeen, progesteron of androgenen. Wanneer insuline-, groeifactor- en ontstekingsroutes ontregeld raken, kunnen deze systemen elkaar beïnvloeden doordat veel van de onderliggende signaalmoleculen worden gedeeld.
Volgens Voshol heeft dit ook gevolgen voor de tumormicro-omgeving: de directe omgeving rondom de cel. Die omgeving kan meer groeisignalen bevatten, sterker ontstekingsgevoelig worden en minder effectief functioneren bij het opruimen van afwijkende cellen. Hierdoor ontstaan omstandigheden waarin kankercellen gemakkelijker kunnen overleven en groeien.
"Kankercellen ontduiken het insulinesysteem, en dat wordt versterkt als er een metabool defect is. Ze ontduiken ook het immuunsysteem zelf. Dan kan de omgeving er niet meer goed op reageren en kan de kankercel makkelijker aanwezig zijn."
Wetenschappelijk onderzoek suggereert dan ook dat chronisch verhoogde insulinespiegels, insulineresistentie en laaggradige ontsteking een omgeving kunnen creëren die de groei en overleving van hormoongevoelige kankers bevordert.
Leefstijl, aromatase en de productie van oestrogenen
De activiteit van een cel bepaalt mede hoeveel hormonen worden geproduceerd. Daarbij speelt vetweefsel volgens Voshol een belangrijke rol, vooral wanneer de kwaliteit van dat vetweefsel verminderd is.
Door de metabole gezondheid van vetweefsel te verbeteren, kunnen ook hormonale processen veranderen. Leefstijl vormt daarbij een krachtige beïnvloedende factor. Voeding, beweging, slaap en andere leefstijlfactoren kunnen de metabole omgeving van het lichaam veranderen en daarmee mogelijk ook processen beïnvloeden die betrokken zijn bij de productie van oestrogenen, waaronder aromatase-activiteit.
Hoewel de exacte effecten per individu verschillen, ziet Voshol leefstijl als één van de sterkste instrumenten om metabole veranderingen in gang te zetten.
De darmflora als schakel tussen stofwisseling en gezondheid
De darmflora neemt volgens Voshol een centrale plaats in binnen de communicatie tussen darmen, hersenen en de rest van het lichaam. In de darmen bevinden zich talloze zenuwuiteinden die voortdurend signalen uitwisselen met het centrale zenuwstelsel. Wanneer deze communicatie goed verloopt, heeft dat invloed op een breed scala aan regulerende processen in het lichaam.
Een gezonde darmflora ondersteunt onder andere een gezonde stofwisseling en een goede regulatie van de insulinehuishouding. Tegelijkertijd werkt de relatie ook andersom: metabole verstoringen kunnen de samenstelling en functie van het darmmicrobioom beïnvloeden.
Stress vormt daarbij een belangrijke factor. Door veranderingen in zenuwsignalen en hormonen reageert het lichaam anders op externe prikkels, waaronder voeding. Hierdoor kan een zichzelf versterkende cirkel ontstaan waarin stress, metabole ontregeling en veranderingen in de darmflora elkaar beïnvloeden.
Volgens Voshol is het minder belangrijk waar in die keten wordt ingegrepen dan dát de vicieuze cirkel wordt doorbroken. Dat kan via voeding, leefstijlverandering, probiotica of andere interventies die de metabole gezondheid en het darmmicrobioom ondersteunen.
Voeding als ondersteuning tijdens behandeling
Voeding kan volgens Voshol een belangrijke rol spelen bij het verminderen van klachten die veel voorkomen tijdens ziekte en behandeling, zoals vermoeidheid, misselijkheid, slaapproblemen en pijnklachten.
De verklaring hiervoor ligt volgens hem in de invloed van voeding op het metabolisme, de energiehuishouding en de darmflora. Door voedingspatronen te verbeteren kunnen klachten soms geleidelijk afnemen. Mensen ervaren bijvoorbeeld meer energie, slapen beter of voelen zich minder misselijk.
Voshol benadrukt echter dat voeding geen vervanging is van medische behandeling. De grootste winst zit volgens hem in de ondersteuning van het lichaam en in het verbeteren van de kwaliteit van leven.
Daarnaast ziet hij voeding niet los van andere leefstijlfactoren. Juist de combinatie van gezonde voeding, beweging, voldoende slaap en stressmanagement kan bijdragen aan een betere belastbaarheid tijdens behandeling en herstel. De effecten zijn vaak subtiel, maar kunnen zich in de loop van de tijd opstapelen en merkbaar worden in het dagelijks functioneren.
De kloof tussen wetenschap en praktijkervaring
Wanneer hem wordt gevraagd waar de grootste kloof zit tussen wetenschappelijk bewijs en wat patiënten ervaren, wijst Voshol niet direct naar de wetenschap zelf. Volgens hem ligt de uitdaging vooral in de manier waarop praktijkervaringen van patiënten worden gewaardeerd.
Hij ziet regelmatig dat patiënten positieve ervaringen rapporteren met bepaalde leefstijlveranderingen, terwijl daarvoor nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs beschikbaar is.
Om dat te illustreren gebruikt hij een eenvoudig voorbeeld: "Stel dat ik zeg dat ik elke dag op mijn kop sta en appelsap drink en daardoor mijn migraine beter is. Dan is dat voor mij zo."
Volgens Voshol betekent een individuele ervaring niet automatisch dat iets wetenschappelijk bewezen is. Wel vindt hij dat dergelijke ervaringen serieus genomen moeten worden als mogelijke aanleiding voor verdere observatie en onderzoek.
Hij pleit daarom voor meer aandacht voor praktijkervaringen en burgerwetenschap. Artsen zouden volgens hem vaker moeten luisteren naar wat patiënten zelf waarnemen in hun dagelijks leven.
"Neem je patiënt serieus en heb geen oordeel. Luister naar wat iemand ervaart en waarom iemand bepaalde keuzes wil maken."
Volgens Voshol ontstaat de meest waardevolle vorm van persoonsgerichte zorg juist wanneer wetenschappelijke kennis en praktijkervaring elkaar aanvullen.
Veelbelovende voedingsinterventies binnen de metabole oncologie
Tot slot ziet Voshol diverse voedingsinterventies die wetenschappelijk interessant zijn, maar waarvoor nog meer onderzoek nodig is.
Een voorbeeld is ketogene voeding, waarbij het lichaam voornamelijk gebruikmaakt van vetten en ketonen als energiebron in plaats van koolhydraten. Ook MCT-olie krijgt binnen dat kader aandacht, omdat deze relatief snel wordt omgezet in ketonen en zo de energiehuishouding kan beïnvloeden.
Sommige studies laten veelbelovende resultaten zien, maar volgens Voshol is nog onvoldoende duidelijk voor welke patiëntengroepen deze aanpak effectief en veilig is.
Een andere ontwikkeling die veel belangstelling krijgt, is vasten rondom chemotherapie. Er zijn aanwijzingen dat sommige patiënten hierdoor bepaalde behandelingen beter verdragen en minder bijwerkingen ervaren. Tegelijkertijd ontbreekt nog voldoende kennis om voor alle patiëntgroepen duidelijke aanbevelingen te doen.
Voshol beschouwt deze benaderingen daarom vooral als veelbelovende onderzoeksrichtingen binnen de metabole oncologie. Ze illustreren volgens hem hoe de aandacht verschuift van de tumor alleen naar de bredere biologische context waarin ziekte ontstaat en zich ontwikkelt.
Conclusie
De visie van Peter Voshol sluit aan bij een groeiende belangstelling voor de rol van metabole gezondheid binnen de oncologie. Hoewel veel vragen nog onderzocht worden, onderstrepen zijn inzichten het belang van factoren als insulinegevoeligheid, ontsteking, darmgezondheid, voeding, slaap en stressmanagement.
Zijn centrale boodschap is dat kanker niet uitsluitend bekeken moet worden vanuit de tumor, maar ook vanuit de omgeving waarin die tumor ontstaat en functioneert. Daarbij gaat het uiteindelijk niet alleen om ziektebestrijding, maar ook om het verbeteren van kwaliteit van leven, het ondersteunen van het lichaam en het serieus nemen van de ervaringen van patiënten.
Dit artikel is bedoeld ter informatie en vervangt geen medisch advies. Bespreek veranderingen in voeding, leefstijl of supplementgebruik altijd met uw behandelend arts of gespecialiseerd zorgverlener.
