Hormoontherapie bij borstkanker: 
Waarom leefstijl steeds belangrijker wordt

Van tumorgerichte naar mensgerichte zorg

Voor duizenden vrouwen met hormoongevoelige borstkanker vormen aromataseremmers een essentieel onderdeel van de behandeling. Medicijnen zoals anastrozol, letrozol en exemestaan verlagen de productie van oestrogeen en verkleinen daarmee de kans dat hormoongevoelige tumorcellen opnieuw worden gestimuleerd.

Tegelijkertijd ervaren veel vrouwen tijdens deze behandeling klachten zoals vermoeidheid, gewrichtspijn, spierklachten, stemmingswisselingen, slaapproblemen en gewichtstoename. Daardoor groeit zowel onder patiënten als onderzoekers de belangstelling voor een belangrijke vraag: kan leefstijl het lichaam ondersteunen tijdens hormoontherapie?

Hoe verschillend die ervaringen kunnen zijn, blijkt uit de verhalen van Saskia en Anna, twee vrouwen die aromataseremmers gebruiken na een behandeling voor hormoongevoelige borstkanker. Ik sprak met hen over hun ervaringen met aromataseremmers. Hun ervaringen laten zien dat dezelfde behandeling tot heel verschillende uitkomsten kan leiden. Waar de één dagelijks wordt geconfronteerd met vermoeidheid, pijn en fysieke beperkingen, ervaart de ander juist dat leefstijlveranderingen helpen om grip te houden op het dagelijks leven. 

Ik sprak met fysioloog Peter Voshol over dit thema. Volgens Voshol verschuift de aandacht binnen de oncologie langzaam maar duidelijk. "Er is een verschuiving gaande: voeding en leefstijl worden steeds serieuzer genomen binnen de oncologie. Het gaat steeds minder alleen over de behandeling van de ziekte en steeds meer over de behandeling van de persoon."

 

Aromataseremmers doen meer dan alleen oestrogeen verlagen

Aromataseremmers blokkeren het enzym aromatase (CYP19A1), dat verantwoordelijk is voor de omzetting van androgenen naar oestrogenen. Minder aromatase betekent minder oestrogeen en daardoor minder stimulatie van hormoongevoelige tumorcellen.

Maar oestrogeen beïnvloedt veel meer processen dan alleen tumorgroei. Het speelt ook een rol bij botgezondheid, spierfunctie, stemming, energievoorziening en verschillende metabole processen.

Daardoor kan een lagere oestrogeenspiegel gepaard gaan met klachten zoals vermoeidheid, spier- en gewrichtspijn, verlies van spiermassa, afname van botdichtheid, veranderingen in lichaamssamenstelling en metabole ontregeling.

Voor Saskia zijn veel van deze klachten herkenbaar. Naast vermoeidheid ervaart zij onder andere osteoporose, spier- en gewrichtsklachten, peesontstekingen, zweetaanvallen en gewichtstoename. Tegelijkertijd vindt zij het lastig om precies aan te wijzen wat door de hormoontherapie komt. "Mijn lichaam had door de chemotherapie, operaties en bestraling al zoveel veranderingen doorgemaakt dat het moeilijk is om te zeggen waar iets precies vandaan komt. Ook mijn artsen zeggen dat die klachten meerdere oorzaken kunnen hebben."

Die onzekerheid maakt het voor veel patiënten lastig. Niet alleen omdat klachten aanwezig zijn, maar ook omdat vaak niet precies duidelijk is waar ze vandaan komen. Is het de hormoontherapie, de chemotherapie, de overgang of een combinatie van alles tegelijk?

Volgens Voshol verdient vooral die metabole kant meer aandacht. "Een aromataseremmer remt de productie van oestrogeen af. Maar alle hormonale stappen die daarvoor liggen, blijven gewoon plaatsvinden. Dan krijg je de vraag wat er gebeurt met hormonen zoals testosteron. Dat kan effecten hebben op spieropbouw, vetafbraak en de energiehuishouding."

 

De opkomst van metabole oncologie

Waar binnen de oncologie lange tijd vooral naar de tumor zelf werd gekeken, groeit steeds meer de belangstelling voor de omgeving waarin een tumor zich bevindt. Deze zogenoemde tumormicro-omgeving bestaat uit onder meer immuuncellen, vetweefsel, hormonen, ontstekingsfactoren, bloedvaten, darmflora en stofwisselingsprocessen.

"De omgeving van zo'n cel wordt steeds belangrijker gevonden. Ook artsen erkennen dat steeds meer."

Volgens Voshol beïnvloeden al deze factoren samen de omstandigheden waarin kankercellen zich bevinden.

 

Insuline doet veel meer dan de bloedsuiker regelen

Een belangrijke speler binnen deze metabole omgeving is insuline.

Veel mensen kennen insuline als het hormoon dat de bloedsuikerspiegel reguleert, maar insuline beïnvloedt ook groei van cellen, eiwitsynthese, energiehuishouding, vetstofwisseling, herstelprocessen en signalen die betrokken zijn bij celdeling.

Wanneer cellen minder gevoelig worden voor insuline ontstaat insulineresistentie. Het lichaam moet dan steeds meer insuline produceren om dezelfde effecten te bereiken. Volgens Voshol ontstaat vervolgens vaak een vicieuze cirkel. "Wanneer de regulatie verstoord raakt, kunnen ontstekingssignalen chronisch actief blijven. Insulineresistentie en ontsteking versterken elkaar vervolgens. Zo ontstaat een vicieuze cirkel van metabole ontregeling."

 

Chronische ontsteking als onderdeel van het probleem

Insulineresistentie gaat vaak samen met laaggradige chronische ontsteking. Dat betekent niet dat iemand zichtbaar ziek is of een infectie heeft. Het betekent wel dat het immuunsysteem voortdurend op een laag niveau actief blijft.

Hierdoor ontstaan ontstekingsstoffen die oxidatieve stress kunnen verhogen, herstelprocessen beïnvloeden, verdere ontstekingsreacties stimuleren en/of de stofwisseling kunnen verstoren.

Volgens Voshol beïnvloeden deze processen niet alleen de cel zelf, maar ook de omgeving waarin die cel zich bevindt. "Wat ontstaat door metabole veranderingen in de cel, is dat de omgeving van die cel anders gaat reageren."

 

Wat betekent dat voor kanker?

Volgens Voshol kunnen kankercellen zich aanpassen aan een verstoorde metabole omgeving. "Kankercellen ontduiken het insulinesysteem, en dat wordt versterkt als er een metabool defect is. Ze ontduiken ook het immuunsysteem zelf. Dan kan de omgeving er niet meer goed op reageren en kan de kankercel makkelijker aanwezig zijn."

Hij benadrukt daarbij dat insuline niet de oorzaak van kanker is. Wel wijzen steeds meer onderzoeken erop dat chronische ontsteking, metabole ontregeling en insulineresistentie gezamenlijk een biologische omgeving kunnen creëren die minder gunstig is voor herstel. Binnen de metabole oncologie groeit daarom de belangstelling voor factoren die deze processen kunnen beïnvloeden.

 

Darmflora als vergeten schakel

Een van die factoren is de darmflora. Er bestaat een voortdurende wisselwerking tussen darmen, hersenen, stofwisseling en immuunsysteem. Het werkt in twee richtingen. 

Metabole verstoringen beïnvloeden de darmflora, maar veranderingen in de darmflora kunnen op hun beurt ook weer invloed hebben op insulinegevoeligheid, ontstekingsprocessen, immuunfunctie en/of hormoonregulatie.

Stress speelt hierin een belangrijke rol. "Stress doet heel veel met je darmflora. Dan kan een vicieuze cirkel ontstaan." Daarom is volgens Voshol vooral belangrijk dat die vicieuze cirkel wordt doorbroken. "Het maakt misschien niet eens zoveel uit waar je die cirkel doorbreekt, via voeding, probiotica of een andere leefstijlinterventie, als je hem maar doorbreekt."

 

Leefstijl als biologisch aangrijpingspunt

Volgens Voshol behoort leefstijl tot de krachtigste factoren die metabole processen kunnen beïnvloeden.

Voeding krijgt daarbij veel aandacht, maar volgens hem is het geheel belangrijker dan één specifieke interventie.

"Voeding doet veel, maar slapen, rust nemen, bewegen en minder stress hebben doen ook heel veel."

Factoren die gezamenlijk invloed hebben op de metabole gezondheid zijn onder meer voeding, beweging, slaap, stressmanagement, sociale steun en mentale veerkracht. De pijlers van leefstijlcoaching.

"Leefstijl is één van de sterkste triggers om metabole veranderingen te bewerkstelligen. Via voeding, beweging en andere leefstijlfactoren kun je invloed uitoefenen op de metabole omgeving."

Voor Anna vormde juist de start van de hormoontherapie een aanleiding om actief met haar leefstijl aan de slag te gaan. "Direct nadat ik begon met letrozol ben ik me gaan verdiepen in voeding. Ik stapte over op een mediterraan voedingspatroon en ging daarna ook bewuster bewegen, beter slapen en meer aandacht besteden aan ontspanning."

In de eerste maanden had ze vooral last van vermoeidheid en stijve gewrichten. "Als ik wakker werd, voelde het alsof ik de hele nacht met gebalde vuisten had geslapen. Mijn vingers deden pijn en mijn knieën en enkels waren stijf. Door veel te wandelen, vaker te sporten en mijn leefstijl aan te passen, ging dat geleidelijk beter."

Hoewel persoonlijke ervaringen geen wetenschappelijk bewijs vormen, sluiten ze wel aan bij een bredere ontwikkeling binnen de oncologie. Steeds meer onderzoek richt zich niet alleen op overleving, maar ook op kwaliteit van leven tijdens en na de behandeling. Juist op dat vlak lijkt leefstijlcoaching een belangrijke rol te kunnen spelen. Veel patiënten weten immers wát ze zouden kunnen veranderen, maar worstelen met de vraag hoe ze dat moeten doen op een manier die past bij hun persoonlijke situatie. Steeds vaker wordt gekeken naar de vraag hoe patiënten zelf invloed kunnen uitoefenen op hun kwaliteit van leven tijdens langdurige behandelingen.

De verhalen van Saskia en Anna laten tegelijkertijd zien dat leefstijl geen wondermiddel is. Waar Anna duidelijk ervaart dat veranderingen in voeding, beweging en ontspanning haar hebben geholpen, is Saskia nog steeds zoekende naar manieren om haar klachten te verminderen. Juist daarin schuilt misschien de belangrijkste les: leefstijl is geen blauwdruk, maar een persoonlijk proces waarbij iedere patiënt een andere uitgangspositie heeft.

 

De toekomst van oncologische zorg

Binnen de reguliere zorg ligt de nadruk nog grotendeels op medische behandeling. Toch groeit de belangstelling voor integratieve oncologie, waarbij leefstijlinterventies worden gecombineerd met reguliere zorg.

Leefstijl ontbreekt nog te vaak als vast onderdeel van het gesprek tussen zorgverlener en patiënt. Dat is opvallend. Ziekenhuizen investeren terecht grote bedragen in innovatieve medicijnen en geavanceerde behandeltechnieken, maar de begeleiding van patiënten bij hun dagelijkse leefstijl krijgt vaak nog een bescheiden plaats. Terwijl juist daar factoren liggen die patiënten zelf kunnen beïnvloeden. Het gesprek over leefstijl zou daarom niet afhankelijk moeten zijn van toeval, interesse van een individuele zorgverlener of de eigen zoektocht van een patiënt, maar een vanzelfsprekend onderdeel moeten worden van oncologische zorg. Dat betekent niet dat leefstijl een vervanging is van medische behandeling. Leefstijl is een belangrijke aanvullende pijler die kan bijdragen aan kwaliteit van leven, herstelvermogen en dagelijks functioneren.

Zowel Saskia als Anna herkennen dat deels.

Saskia kreeg tijdens haar behandeling begeleiding van een oncologiediëtist en ontving informatie over voeding en supplementen. Toch heeft zij het gevoel dat er nog winst te behalen valt. "Ik heb soms het idee dat ik nog niet alles geprobeerd heb om mijn klachten te verminderen. Daarom begin ik binnenkort aan een kankerrevalidatietraject. Ik hoop daar meer handvatten te krijgen."

Anna miste juist meer gerichte begeleiding. "Ik zocht veel informatie zelf op, maar kwam vaak tegenstrijdige berichten tegen. Het was fijn geweest als er meer deskundige begeleiding was geweest op het gebied van voeding, beweging en stress."

Misschien is de belangrijkste vraag daarom niet óf leefstijl een rol speelt tijdens hormoontherapie, maar hoe patiënten beter kunnen worden ondersteund om daar daadwerkelijk iets mee te doen. Informatie alleen is vaak niet voldoende. Gedragsverandering blijkt voor veel mensen één van de moeilijkste opgaven die er is, zeker tijdens een intensief hersteltraject. Juist daarom kan professionele leefstijlcoaching van meerwaarde zijn: als praktische vertaling van wetenschappelijke kennis naar het dagelijks leven van de patiënt.

 

Conclusie

De inzichten van Peter Voshol wijzen op het groeiende belang van de metabole omgeving rondom kanker. Factoren zoals voeding, beweging, slaap, stress en darmgezondheid lijken daarbij steeds meer aandacht te krijgen.

De ervaringen van Saskia en Anna laten tegelijk zien hoe persoonlijk die zoektocht is. Waar de ene patiënt worstelt met vermoeidheid, pijnklachten en verlies van regie, vindt de andere juist houvast in leefstijlveranderingen.

Anna omschrijft dat gevoel als volgt: "Het gegeven dat ik mijn leefstijl zo heb aangepakt, geeft me het gevoel dat ik invloed heb op hoe het met me gaat. Dat geeft vertrouwen."

Saskia hoopt dat verdere begeleiding haar helpt om diezelfde regie verder terug te vinden: "Ik heb niet altijd het gevoel dat ik controle heb over de klachten. Daarom zoek ik hulp om te ontdekken wat er nog mogelijk is."

Misschien is dat wel de belangrijkste ontwikkeling binnen de moderne oncologie. Niet omdat voeding, beweging of slaap kanker kunnen vervangen als behandeling, maar omdat steeds duidelijker wordt dat patiënten meer zijn dan hun tumor alleen. De verhalen van Saskia en Anna maken zichtbaar wat cijfers en onderzoeken niet altijd laten zien: hoe groot de invloed van hormoontherapie op het dagelijks leven kan zijn, maar ook hoe belangrijk het gevoel van regie blijft. Juist daarom verdient leefstijl een vaste plaats binnen de oncologische zorg. Niet als alternatief voor medische behandeling, maar als volwaardige aanvullende pijler naast chirurgie, medicatie en bestraling. Wanneer patiënten beter worden begeleid bij voeding, beweging, slaap en stressmanagement, gaat het niet alleen over gezondheidswinst. Het gaat ook over iets wat tijdens een kankerbehandeling vaak onder druk komt te staan: het gevoel zelf weer invloed te hebben op het eigen leven. Daar ligt misschien wel de grootste meerwaarde van leefstijlcoaching.

 

Dit artikel is bedoeld ter informatie en vervangt geen medisch advies. Bespreek veranderingen in voeding, leefstijl of supplementgebruik altijd met uw behandelend arts of gespecialiseerd zorgverlener.

©Auteursrecht. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.