Voeding tijdens hormoontherapie
Wat weten we uit onderzoek over voeding, metabolisme en leefstijl?
Steeds meer vrouwen met hormoongevoelige borstkanker gebruiken aromataseremmers zoals anastrozol, letrozol of exemestaan. Deze medicijnen vormen een belangrijk onderdeel van de behandeling omdat zij de productie van oestrogeen verlagen en daarmee de stimulatie van hormoongevoelige tumorcellen verminderen.
Toch ervaren veel vrouwen tijdens de behandeling ook bijwerkingen. Vermoeidheid, spier- en gewrichtsklachten, gewichtstoename, slaapproblemen en veranderingen in energie zijn veelgehoorde klachten. Daardoor groeit de belangstelling voor een vraag die steeds vaker terugkomt in de spreekkamer én in wetenschappelijk onderzoek:
Kan voeding het lichaam ondersteunen tijdens hormoontherapie?
Volgens fysioloog Peter Voshol ligt het antwoord niet in één wondermiddel of specifiek voedingsproduct, maar in het grotere geheel van metabole gezondheid.
"Voeding heeft een dusdanige invloed op je metabole systeem, je darmflora en je energiesysteem, dat het ook invloed kan hebben op hoe iemand zich voelt tijdens een behandeling."
Hormonen, stofwisseling en meer
Aromataseremmers verlagen de hoeveelheid oestrogeen in het lichaam. Dat is gunstig voor de behandeling van hormoongevoelige borstkanker, maar oestrogeen heeft ook andere functies.
Het hormoon speelt onder andere een rol bij:
- botgezondheid;
- spierfunctie;
- energiehuishouding;
- stemming;
- vetverdeling;
- ontstekingsregulatie.
Wanneer oestrogeen afneemt, kunnen ook andere metabole processen veranderen. Daardoor groeit de aandacht voor de bredere omgeving waarin cellen functioneren.
Volgens Voshol kijken onderzoekers steeds vaker naar die metabole omgeving.
"De omgeving van zo'n cel wordt steeds belangrijker gevonden. Ook artsen erkennen dat steeds meer."
Daarmee verschuift de aandacht van uitsluitend de tumor naar factoren zoals voeding, darmgezondheid, ontsteking, hormonen en leefstijl.
Waarom insuline belangrijk is
Een van de centrale thema's binnen metabole gezondheid is insuline.
Insuline regelt niet alleen de opname van glucose uit het bloed. Het hormoon speelt ook een rol bij:
- energieproductie;
- vetstofwisseling;
- herstelprocessen;
- celdeling;
- eiwitopbouw.
Wanneer cellen minder gevoelig worden voor insuline ontstaat insulineresistentie. Het lichaam moet dan steeds meer insuline produceren om hetzelfde effect te bereiken.
Volgens Voshol gaat dit vaak samen met chronische laaggradige ontsteking.
"Wanneer de regulatie verstoord raakt, kunnen ontstekingssignalen chronisch actief blijven. Insulineresistentie en ontsteking versterken elkaar vervolgens. Zo ontstaat een vicieuze cirkel van metabole ontregeling."
Steeds meer onderzoek wijst erop dat chronisch verhoogde insulinespiegels samenhangen met veranderingen in ontsteking, hormoonhuishouding en metabole processen. Daarom wordt een goede insulinegevoeligheid steeds vaker gezien als een belangrijke pijler van gezondheid.
De basis: een stabiele energievoorziening
Voor veel mensen begint metabole gezondheid bij een stabiele bloedsuikerspiegel.
Anna, een vrouw die aromataseremmers gebruikt, merkte dit zelf na een ingrijpende verandering van haar voedingspatroon.
"Vroeger had ik regelmatig suikerdips. Zweten, trillen, paniekgevoelens. Die zijn nu helemaal weg."
Hoewel individuele ervaringen nooit kunnen bewijzen dat een bepaalde aanpak voor iedereen werkt, sluiten ze wel aan bij wat onderzoekers weten over stabiele energievoorziening en insulinegevoeligheid.
Volgens deskundigen draait het minder om één specifiek voedingsmiddel en meer om het totale voedingspatroon.
Belangrijke uitgangspunten zijn:
- voldoende eiwitten;
- veel groenten;
- voldoende vezels;
- regelmatige maaltijden;
- beperking van sterk bewerkte voeding;
- gezonde vetten;
- een voedingspatroon dat langdurig vol te houden is.
Ook het combineren van koolhydraten met eiwitten en vetten kan bijdragen aan een gelijkmatigere energievoorziening gedurende de dag.
Het mediterrane voedingspatroon
Binnen de oncologie krijgt vooral het mediterrane voedingspatroon veel aandacht.
Dit voedingspatroon wordt in onderzoeken geassocieerd met:
- een betere insulinegevoeligheid;
- minder systemische ontsteking;
- gunstige cardiovasculaire effecten;
- een betere algemene gezondheid.
Kenmerkend voor het mediterrane voedingspatroon zijn:
- veel groenten en fruit;
- peulvruchten;
- noten en zaden;
- olijfolie als belangrijkste vetbron;
- regelmatige consumptie van vis;
- beperkte inname van ultrabewerkte voeding.
Hoewel geen enkel voedingspatroon kanker kan genezen, past de mediterrane voeding goed binnen de huidige kennis over metabole gezondheid en ontstekingsregulatie.
Interessante voedingsstoffen
Binnen een gezond voedingspatroon zijn er verschillende voedingsstoffen die extra aandacht krijgen vanwege hun mogelijke invloed op hormonale en metabole processen.
Polyfenolen
Polyfenolen zijn plantaardige stoffen die voorkomen in onder andere:
- groene thee;
- cacao;
- bessen;
- kruiden;
- groenten.
Onderzoekers bestuderen deze stoffen vanwege hun mogelijke invloed op ontstekingsprocessen en enzymen die betrokken zijn bij het oestrogeenmetabolisme.
Groene thee en EGCG
Groene thee bevat catechines, waaronder EGCG (epigallocatechinegallaat).
Deze stof wordt onderzocht vanwege haar mogelijke:
- aromataseremmende eigenschappen;
- invloed op celdeling;
- effect op ontstekingsprocessen.
Hoewel de onderzoeksresultaten interessant zijn, zijn de effecten bij mensen nog niet volledig uitgekristalliseerd.
Vezels
Vezels ondersteunen:
- de darmgezondheid;
- een gezonde darmflora;
- de stoelgang;
- de uitscheiding van overtollige hormonen.
Voedingsmiddelen rijk aan vezels zijn onder andere groenten, fruit, peulvruchten, noten, zaden en volkorenproducten.
Kruisbloemige groenten
Groenten zoals:
- broccoli;
- spruitjes;
- boerenkool;
- bloemkool;
bevatten glucosinolaten. Deze stoffen zijn betrokken bij processen van oestrogeenmetabolisme en leverontgifting.
Omega 3-vetzuren
Vette vis, walnoten en lijnzaad bevatten omega 3-vetzuren.
Deze vetzuren staan vooral bekend vanwege hun ontstekingsremmende eigenschappen en hun mogelijke bijdrage aan metabole gezondheid.
Soja en fyto-oestrogenen: een kwestie van nuance
Weinig onderwerpen roepen zoveel vragen op als soja en fyto-oestrogenen.
Lijnzaad, sesamzaad en volkoren granen bevatten lignanen, terwijl soja rijk is aan isoflavonen. Beide groepen behoren tot de fyto-oestrogenen: plantaardige stoffen die enigszins lijken op oestrogeen.
Jarenlang bestond er onzekerheid over het gebruik ervan bij hormoongevoelige borstkanker. Inmiddels laat epidemiologisch onderzoek zien dat normale consumptie van soja over het algemeen als veilig wordt beschouwd.
Ook lignanen lijken eerder een regulerende dan een stimulerende werking te hebben. Hun effect hangt echter af van de hormonale context en de individuele situatie.
Daarom blijft persoonlijke afstemming belangrijk.
Alcohol: de factor waar meer overeenstemming over bestaat
Waar over soja nog regelmatig discussie bestaat, is er meer consensus over alcohol.
Alcoholgebruik wordt in verband gebracht met:
- hogere oestrogeenspiegels;
- een verhoogd risico op borstkanker;
- een verhoogd risico op recidief.
Daarom adviseren veel deskundigen om alcohol zoveel mogelijk te beperken of helemaal te vermijden.
Darmflora: de vergeten speler
Een onderwerp dat steeds meer aandacht krijgt, is de darmflora.
Volgens Voshol communiceren de darmen voortdurend met de hersenen, het immuunsysteem en de stofwisseling.
"Het werkt in twee richtingen."
Verstoringen in de darmflora kunnen invloed hebben op:
- ontstekingsprocessen;
- hormoonregulatie;
- energiehuishouding;
- immuunfunctie.
Andersom kunnen stress en metabole ontregeling ook invloed hebben op de samenstelling van het darmmicrobioom.
"Stress doet heel veel met je darmflora. Dan kan een vicieuze cirkel ontstaan."
Daarom is het volgens Voshol vooral belangrijk om die vicieuze cirkel te doorbreken.
"Het maakt misschien niet eens zoveel uit waar je die cirkel doorbreekt, via voeding, probiotica of een andere leefstijlinterventie, als je hem maar doorbreekt."
Voeding alleen is niet genoeg
Hoewel voeding veel aandacht krijgt, benadrukt Voshol dat leefstijl breder is dan wat er op het bord ligt.
Beweging, slaap, stressmanagement en sociale steun beïnvloeden allemaal het metabole systeem.
"Voeding doet veel, maar slapen, rust nemen, bewegen en minder stress hebben doen ook heel veel."
Met name lichaamsbeweging heeft aantoonbare effecten op:
- spiermassa;
- insulinegevoeligheid;
- vetmassa;
- ontstekingsprocessen;
- vermoeidheid.
Voor vrouwen die aromataseremmers gebruiken is krachttraining extra interessant, omdat de verlaging van oestrogeen gepaard kan gaan met verlies van spiermassa en botdichtheid.
Daarnaast spelen slaap en stress een belangrijke rol. Chronische stress kan de hormonale balans verstoren en heeft invloed op zowel het immuunsysteem als de darmflora.
Geen wonderdieet, wel een totaalplaatje
Een belangrijke boodschap uit zowel onderzoek als praktijk is dat er geen specifiek voedingsmiddel bestaat dat de effecten van hormoontherapie kan opheffen.
Ook bestaat er geen voedingspatroon dat voor iedere patiënt hetzelfde resultaat geeft.
Wat wel steeds duidelijker wordt, is dat voeding onderdeel uitmaakt van een bredere metabole omgeving waarin factoren als:
- insulinegevoeligheid;
- ontsteking;
- darmgezondheid;
- beweging;
- slaap;
- stress;
met elkaar verbonden zijn.
Conclusie
De wetenschap laat steeds overtuigender zien dat voeding en leefstijl invloed hebben op metabole processen die relevant zijn voor gezondheid tijdens hormoontherapie. Dat betekent niet dat voeding een alternatief vormt voor medische behandeling. Wel kan een gezond voedings- en leefstijlpatroon bijdragen aan een betere energiehuishouding, een gunstiger metabolisch profiel en mogelijk een hogere kwaliteit van leven.
Misschien is dat de belangrijkste conclusie: niet één voedingsmiddel maakt het verschil, maar het totaal van dagelijkse keuzes. Juist de combinatie van voeding, beweging, slaap, stressmanagement en persoonlijke regie lijkt de grootste kans te bieden op ondersteuning tijdens een vaak langdurig traject van hormoontherapie.
Dit artikel is bedoeld ter informatie en vervangt geen medisch advies. Bespreek veranderingen in voeding, leefstijl of supplementgebruik altijd met uw behandelend arts of gespecialiseerd zorgverlener.
